Elektrisch materieel is niet meer weg te denken uit het professionele groenbeheer. Toch zien we in de praktijk dat elektrisch rijden en werken soms te vroeg, en soms juist veel te laat wordt overwogen. Want nee, elektrisch is niet automatisch beter. Maar benzine is ook niet meer altijd logisch.
De juiste keuze hangt minder af van idealen en meer van inzet, werkduur en omgeving. In dit artikel zetten we dat nuchter op een rij, zoals we het dagelijks buiten zien gebeuren.
Waar elektrisch inmiddels overtuigt
Voor kortere inzetmomenten en werkzaamheden in de bebouwde omgeving is elektrisch materieel volwassen geworden. Geluidsreductie is vaak de doorslaggevende factor, gevolgd door gebruiksgemak. Machines starten direct, trillen minder en vragen beduidend minder dagelijks onderhoud.
In de praktijk zien we elektrisch materieel vooral goed functioneren bij gemeentelijk onderhoud, recreatieterreinen en zorginstellingen. Ook voor hoveniers die veel wisselen tussen locaties is elektrisch interessant, mits het logistiek goed is ingericht.
Het succes staat of valt met accumanagement. Wie slim laadt, voldoende capaciteit heeft en realistisch plant, werkt probleemloos een werkdag door. Wie dat onderschat, staat halverwege stil. Niet omdat de machine het niet aankan, maar omdat de planning dat niet deed.
Wanneer benzine nog steeds de betere keuze is
Bij langdurige inzet, zwaar werk en afgelegen locaties blijft benzine voorlopig onovertroffen. Denk aan ruw terrein maaien, klepelen of werken op plekken zonder laadinfrastructuur. Daar telt continu vermogen en flexibiliteit zwaarder dan geluidsniveau of emissie.
Ook bij piekbelasting en onvoorspelbare werkdagen biedt benzine nog steeds rust. Bijtanken kost minuten, niet uren. Dat maakt het verschil bij aannemers en loonwerkers die afhankelijk zijn van tempo en doorwerken.
Belangrijk detail: benzine is niet per definitie ouderwets. Moderne motoren zijn betrouwbaarder en schoner dan vaak wordt gedacht, mits ze goed onderhouden worden.
De grootste misvattingen
Wat we regelmatig zien, is dat elektrisch wordt gekozen vanuit regelgeving of imago, zonder dat de inzet goed is doordacht. Het gevolg is frustratie, noodoplossingen en uiteindelijk alsnog een benzinemachine ernaast.
Aan de andere kant wordt elektrisch soms onterecht afgeschreven op basis van oude ervaringen. Accutechniek en machinekwaliteit zijn de afgelopen jaren sterk verbeterd. Wat vijf jaar geleden niet werkte, kan nu ineens prima passen.
Hoe maakt u de juiste keuze?
De keuze tussen elektrisch en benzine begint bij eerlijk kijken naar het werk. Hoe lang draait de machine per dag, hoe zwaar is de belasting en waar wordt gewerkt? Pas daarna komen factoren als regelgeving, geluid en duurzaamheid in beeld.
Twijfelt u, dan is een combinatie vaak het meest realistisch. Elektrisch waar het kan, benzine waar het moet. Dat is geen zwaktebod, maar gewoon professioneel omgaan met middelen.
Conclusie
Elektrisch materieel is geen toekomstmuziek meer, maar ook geen universele oplossing. In professioneel groenbeheer wint degene die kiest op basis van inzet en praktijk, niet op basis van trends.
Wie vandaag goed kiest, werkt morgen rustiger, efficiënter en met minder verrassingen.
